- - - -
Na het overlijden van de stichter in ’35 koppelde de zoon, vader Maurice Decolvenaere, zich los van de bestaande zagerij. De start van deze nieuwe bescheiden houthandel werd zeer bemoeilijkt door de vooroorlogse crisisperiode en daarna het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
In de naoorlogse periode werkte de oudste zoon, Ernest Decolvenaere, mee aan de wederopbouw van de houtzagerij. Aan het ouderlijk huis in Gentbrugge was inmiddels een oude boomzaag geïnstalleerd, waarmee men populieren begon te zagen. Om zich te specialiseren werd het accent aanvankelijk op Noors hout gelegd. Een klant van het eerste uur, één van de grootste lijstenfabrieken in België, gaf de aanzet om het ‘groter’ te zien. Een correcte manier van ‘houthandelen’ bracht nadien geleidelijk aan het vertrouwen van de hele branche met zich mee. Grotere hoeveelheden konden aangekocht en verzaagd worden. Dit vormde meteen een aanleiding om zelf te gaan ontdekken, exploiteren en invoeren.
|