- - - -
 De expeditie in ’61 van een (de) andere zoon, Hilaire Decolvenaere, naar Centraal-Afrika zou Decolvenaere vaste voet op tropische bodem bezorgen. In de eerste fase werden de stammen ginds aangekocht, naar België verscheept tot in Antwerpen en van daaruit met paard en kar naar de zagerij te Gentbrugge gebracht. Het tropisch avontuur kende meteen een forse groei, want de twee eerste twee schepen met Afrikaans hout die direct verscheept werden kwamen gelijktijdig bij de sluis van Terneuzen aan.
In de tweede helft van de jaren ’60, startte men in Kameroen zelf activiteiten op. Met kapitaalsteun vanuit het moederbedrijf werd een zagerij op poten gezet. Intussen werd te Gent de zagerij gemoderniseerd.
|